Het conscriptieregister (1811–1813) is opgesteld tijdens de Franse overheersing en bevat
handgeschreven gegevens in het Frans over Nederlandse mannen in de provincie Groningen
die in aanmerking kwamen voor dienstplicht. Onderstaande lijst geeft een overzicht van
alle beroepsaanduidingen die in het register voorkomen, met hun Nederlandse vertaling.
A 10 beroepen
Aiguiseur de ciseaux
→
schaarslijper
Apothicaire
→
apotheker
au service d'un charpentier
→
in dienst van een timmerman
au service d'un cordonnier
→
in dienst van een schoenmaker
au service d'un cultivateur
→
in dienst van een landbouwer
au service d'un paysan
→
in dienst van een boer
au service de sa mère
→
in dienst van zijn moeder
au service de ses parents
→
in dienst van zijn ouders
au service de son père
→
in dienst van zijn vader
Aubergiste
→
herbergier
B 7 beroepen
Barbier
→
barbier
Batelier
→
schipper
Batelier de tourbe
→
turfschipper
Boucher
→
slager
Boulanger
→
bakker
Boutonnier
→
knopenmaker
Brasseur
→
brouwer
C 14 beroepen
Cabaretier
→
caféhouder
Cardeur
→
wolkaarder
Chapelier
→
hoedenmaker
Charbonnier
→
kolenbrander
Charpentier
→
timmerman
Charpentier de vaisseau
→
scheepstimmerman
Charron
→
wagenmaker
Chaudronnier
→
ketelmaker
Chirurgien
→
chirurgijn
Commis du percepteur
→
klerk van de belastingontvanger
Conducteur de barque
→
veerman met roeiboot
Cordier
→
touwslager
Cordonnier
→
schoenmaker
Cultivateur
→
landbouwer
D 46 beroepen
Docteur en médecine
→
doctor in de geneeskunde
Domestique
→
(huis)knecht
Domestique (moulin à huile)
→
knecht (oliemolen)
Domestique agricole
→
boerenknecht
Domestique chez un boulanger
→
knecht bij een bakker
Domestique d'apothicaire
→
knecht van een apotheker
Domestique d'aubergiste
→
knecht van een herbergier
Domestique d'orfèvre
→
knecht van een goudsmid
Domestique d'un batelier
→
knecht van een schipper
Domestique d'un boucher
→
knecht van een slager
Domestique d'un boulanger
→
knecht van een bakker
Domestique d'un brasseur
→
knecht van een brouwer
Domestique d'un charpentier
→
knecht van een timmerman
Domestique d'un charron
→
knecht van een wagenmaker
Domestique d'un cordonnier
→
knecht van een schoenmaker
Domestique d'un cultivateur
→
knecht van een landbouwer
Domestique d'un fermier
→
knecht van een boer
Domestique d'un forgeron
→
knecht van een smid
Domestique d'un horloger
→
knecht van een horlogemaker
Domestique d'un jardinier
→
knecht van een tuinman
Domestique d'un maréchal-ferrant
→
knecht van een hoefsmid
Domestique d'un meunier
→
knecht van een molenaar
Domestique d'un paysan
→
knecht van een boer
Domestique d'un tailleur
→
knecht van een kleermaker
Domestique d'un tisserand
→
knecht van een wever
Domestique d'une fermière
→
knecht van een boerin
Domestique de boucher
→
knecht van een slager
Domestique de boulanger
→
knecht van een bakker
Domestique de brasseur
→
knecht van een brouwer
Domestique de chapelier
→
knecht van een hoedenmaker
Domestique de charpentier
→
knecht van een timmerman
Domestique de charpentier de vaisseau
→
knecht van een scheepstimmerman
Domestique de charron
→
knecht van een wagenmaker
Domestique de cordier
→
knecht van een touwslager
Domestique de cordonnier
→
knecht van een schoenmaker
Domestique de détaillant
→
knecht van een winkelier
Domestique de marchand
→
knecht van een koopman
Domestique de maréchal-ferrant
→
knecht van een hoefsmid
Domestique de meunier
→
knecht van een molenaar
Domestique de pâtissier
→
knecht van een banketbakker
Domestique de poulier
→
knecht van een poelier
Domestique de tailleur
→
knecht van een kleermaker
Domestique de teinturier
→
knecht van een verver
Domestique de tisserand
→
knecht van een wever
Domestique rustique
→
boerenknecht
Domestique sur une barque
→
knecht op een boot
E 5 beroepen
Émouleur
→
scharenslijper
Employé des contributions directes
→
ambtenaar van de directe belastingen
Étudiant
→
student
Étudiant en médecine
→
student in de geneeskunde
Étudiant en théologie
→
student in de theologie
F 10 beroepen
Fermier
→
boer
Fileur
→
spinner
Fileur de laine
→
wolspinner
Fils d'un fermier
→
zoon van een boer
Fils d'une fermière
→
zoon van een boerin
Fils de batelier
→
zoon van een schipper
Fils de la maison
→
zoon des huizes
Fils de paysan
→
zoon van een boer
Forgeron
→
smid
Friseur de laine et barbier
→
wolkruller en barbier
G 12 beroepen
Garçon (de) paysan
→
boerenknecht
Garçon barbouillon
→
schildersknecht
Garçon charpentier
→
timmermansknecht
Garçon charpentier de marine
→
scheepstimmermansknecht
Garçon charron
→
wagenmakersknecht
Garçon cultivateur
→
boerenknecht
Garçon de ferme
→
boerenknecht
Garçon fondeur
→
gietersknecht
Garçon forgeron
→
smidsknecht
Garçon pêcheur
→
vissersknecht
Garçon tailleur
→
kleermakersknecht
Garçon tisserand
→
weversknecht
H 1 beroep
Horloger
→
horlogemaker
I 1 beroep
Imprimeur
→
drukker
J 2 beroepen
Jardinier
→
tuinman
Journalier
→
dagloner
L 1 beroep
Laboureur
→
landman
M 28 beroepen
Maçon
→
metselaar
Maître boulanger
→
meesterbakker
Maître charpentier
→
meestertimmerman
Maître cordonnier
→
meesterschoenmaker
Maître d'école
→
schoolmeester
Maître dans la langue française
→
meester in de Franse taal
Maître de la langue française
→
meester in de Franse taal
Maître tailleur
→
meesterkleermaker
Maître tisserand
→
meesterwever
Maître tonnelier
→
meesterkuiper
Marchand
→
koopman
Marchand de grains
→
graanhandelaar
Marchand de laine
→
wolhandelaar
Marchand de manufactures
→
manufacturenhandelaar
Marchand de tabac
→
tabakshandelaar
Marchand en bois
→
houthandelaar
Maréchal
→
smid
Maréchal-ferrant
→
hoefsmid
Marin
→
matroos
Médecin
→
arts
Médecin praticien
→
praktiserend arts
Membre du conseil d'arrondissement et premier suppléant
→
lid van de arrondissementsraad en eerste plaatsvervanger